Volgens de advocaat van RTHA hoeft een vliegveld zich niet aan de wet te houden.
Rotterdam The Hague Airport beschikt niet over de vereiste natuurvergunning. In plaats dat wordt gehandhaafd, komt de advocaat met een bizarre beredenering: vliegvelden zouden zich niet aan de wet hoeven te houden.
De nieuwste hoger-beroepschriften van Rotterdam The Hague Airport (RTHA) – ingediend door landsadvocaat De Brauw Blackstone Westbroek – zijn geen zuivere juridische pleidooien. Het zijn frontale aanvallen op de Europese Habitatrichtlijn. Onze luchthaven probeert via bizarre constructies een vliegveldvriendelijke uitzonderingsstatus op te eisen en de wet naar haar hand te zetten.
Samen met Eindhoven Airport en Schiphol trekt RTHA ten strijde tegen de natuurwetgeving. RTHA presenteert de huidige commerciële exploitatie hardnekkig als 'één-en-hetzelfde project'. Men doet alsof de tijd sinds de jaren '90 heeft stilgestaan. Volgens de advocaten hebben platformuitbreidingen, toegenomen vliegverkeer, herrie en stikstofuitstoot geen enkele invloed op de beschermde natuur. De juridische werkelijkheid is echter simpel: wie uitbreidt en intensiveert, wijzigt het project. Dat is de kern van het natuurrecht.
Spreadsheet-trucs en wegrekenen van milieu-impact
De ingediende stukken van de verdediging barsten van de creatieve rekentrucjes:
- Parkeerterreinen wegpoetsen: RTHA claimt dat de uitbreiding van haar parkeerterreinen geen natuureffecten heeft.
- Verkeer wegrekenen: De enorme verkeersaantrekkende werking rond de luchthaven wordt via spreadsheets platgeslagen met de bewering dat het 'binnen de marges' blijft.
- Eeuwigdurend claimrecht: De zogenaamde 'referentiesituatie' wordt misbruikt als een soort onschendbaar, eeuwigdurend exploitatierecht.
De advocaten blijven herhalen dat de activiteiten "volledig binnen de bestaande rechten passen". Zij vergeten dat deze vermeende rechten bij RTHA nooit fatsoenlijk zijn getoetst, nooit ecologisch zijn vastgesteld en nooit definitief zijn vergund.
Misbruik van de overgangstermijn als amnestie
Het meest gerespecteerde orgaan van de advocaten – de Raad van State – gaf eerder een overgangstermijn in haar december-uitspraken. RTHA probeert deze termijn nu te framen als een absolute vrijstelling van handhaving tot het jaar 2030. Dit is een gotspe.
Deze termijn is bedoeld voor bonafide initiatiefnemers die onbewust op oude rechtspraak vertrouwden. RTHA wist echter al sinds de handhavingsprocedure in 2019 dat zij illegaal en vergunningplichtig opereerde. Het indienen van een aanvraag "zekerheidshalve" in 2020 was louter een poging om tijd te kopen. Onze Rotterdamse luchthaven valt dus absoluut niet onder deze coulanceregeling.
Noodgreep vermomd als overwinning
Landsadvocaat De Brauw probeert de eerdere 'Positieve Weigering' van de minister te verkopen als een bewijs van rechtmatigheid. In werkelijkheid was die weigering een bestuurlijke noodgreep omdat de overheid de illegale stikstoftoename van de luchthaven niet rechtgebreid kreeg. Het was een keihard signaal dat de sector al jaren zonder geldige natuurvergunning draait. De rechtbank Gelderland zette hier in april 2026 dan ook terecht een streep door.
Vertragen, betwisten en doorspelen naar Europa
De tactiek van RTHA is helder en ongewijzigd: vertragen, de wet betwisten en eindeloos doorjuridiseren. De advocaten eisen nu zelfs dat de Raad van State de zaak stillegt om 'prejudiciële vragen' te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. Alles om maar geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor de lokale natuur蛮schade.
De Afdeling bestuursrechtspraak staat voor een fundamentele keuze: houdt zij vast aan de Habitatrichtlijn om kwetsbare natuur te beschermen, of zwicht zij voor de druk van RTHA en creëert zij een permanent rechteloos uitzonderingsregime voor de vliegindustrie?
Bron: Schipholwatch.nl, 31 augustus 2026