Rechter zet streep door gedogen bij Lelystad Airport
De rechtbank Gelderland heeft een einde gemaakt aan de gedoogconstructie rond Lelystad Airport. In een uitspraak van 30 mei 2026 kreeg Stichting Red de Veluwe gelijk: de luchthaven opereert zonder vereiste natuurvergunning en dat kan niet langer worden genegeerd.
De kern van de zaak is helder. Lelystad Airport maakt al gebruik van uitgebreid terrein en faciliteiten zonder dat daarvoor een geldige natuurvergunning is verleend. De overheid wilde niet handhaven omdat er “zicht op legalisatie” zou zijn. De rechter veegt dat argument resoluut van tafel.
Wet geldt ook voor luchthavens
Volgens de rechtbank kan natuurwetgeving niet worden opgeschoven voor politieke of economische belangen. Dat betekent dat ook een luchthaven zich aan de regels moet houden, net als ieder ander project in Nederland.
De uitspraak dwingt de staatssecretaris om opnieuw te kijken naar handhaving. Daarmee is het gedogen van een feitelijk illegale situatie juridisch onhoudbaar geworden.
Illegaal gebruik en ontbrekende onderbouwing
Stichting Red de Veluwe wees er terecht op dat het gebruik van het nieuwe luchthavengebied nooit correct is vergund. Bovendien ontbreekt een deugdelijke “passende beoordeling” van de stikstofeffecten, zoals vereist na de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024.
Ook het additionaliteitsvereiste is niet ingevuld. Dat betekent dat niet is aangetoond dat eventuele stikstofcompensatie daadwerkelijk extra natuurwinst oplevert. Zonder die onderbouwing kan van legalisatie geen sprake zijn.
De logische consequentie: het vliegverkeer zou moeten worden beperkt tot het niveau van 2022.
Kabinet kiest voor vertraging
In plaats van directe handhaving heeft het kabinet inmiddels aangekondigd in hoger beroep te gaan tegen stikstofuitspraken rond luchthavens. Tegelijk wordt een voorlopige voorziening gevraagd om de huidige situatie in stand te houden.
In de praktijk betekent dit opnieuw uitstel. Door een tijdelijke voorziening te vragen, probeert het kabinet te voorkomen dat de uitspraak direct gevolgen heeft voor het gebruik van luchthavens zoals Lelystad. Daarmee wordt de eerder afgewezen redenering – eerst doorgaan, later legaliseren – feitelijk voortgezet via de rechter.
Einde aan rekken van regels?
De uitspraak van de rechtbank laat weinig ruimte voor interpretatie: “zicht op een vergunning” is geen excuus om niet te handhaven. Juist bij een illegale situatie moet de overheid ingrijpen.
Het aangekondigde hoger beroep roept daarom de vraag op of de overheid opnieuw kiest voor het rekken van regels in plaats van het naleven ervan. Dat zet de rechtszekerheid en de bescherming van natuur verder onder druk.
Rotterdam The Hague Airport in dezelfde gevarenzone
De situatie rond Rotterdam The Hague Airport vertoont duidelijke parallellen. Ook hier ontbreekt een onomstreden natuurvergunning die voldoet aan de huidige eisen en jurisprudentie. Tegelijkertijd werkt het Rijk aan een nieuw Luchthavenbesluit voor Rotterdam. Dat besluit moet de toekomstige omvang van het vliegverkeer vastleggen. Maar zonder juridisch houdbare natuurtoets is ook dit besluit kwetsbaar. De ontwikkelingen rond Lelystad maken duidelijk dat vooruitlopen op latere legalisatie geen stand houdt bij de rechter. Dat geldt net zo goed voor Rotterdam.
Structureel probleem in de luchtvaart
Wat zichtbaar wordt, is een breder patroon: luchthavens opereren of groeien terwijl de natuurrechtelijke basis ontbreekt. Overheden proberen dat op te lossen met uitstel, gedogen en juridische procedures.
Met het hoger beroep en de gevraagde voorlopige voorziening lijkt dat patroon te worden voortgezet, ondanks de duidelijke correctie door de rechtbank.
Tijd voor echte keuzes
De uitspraak legt de verantwoordelijkheid terug bij de overheid. Natuurwetgeving is geen rekbaar kader, maar een harde randvoorwaarde.
Voor Rotterdam The Hague Airport betekent dit dat eerst moet worden vastgesteld of de huidige en toekomstige activiteiten juridisch houdbaar zijn. Zonder die basis dreigt ook hier een traject van procedures, vertraging en onzekerheid.
De vraag is niet langer of de regels moeten worden nageleefd, maar wanneer.
Bron: Stiching Red de Veluwe, 16 april 2026