Het ontwerpbesluit is juridisch ondeugdelijk, gebaseerd op verouderde inzichten en leidt tot verdere verslechtering van de leefomgeving voor honderdduizenden omwonenden.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat presenteert het nieuwe luchthavenbesluit voor Rotterdam The Hague Airport (RTHA) als een stap richting balans tussen luchtvaart en leefomgeving. Volgens Bewoners Tegen Vliegtuighinder (BTV) Rotterdam is daar echter geen sprake van. Integendeel: het ontwerpbesluit is juridisch ondeugdelijk, gebaseerd op verouderde inzichten en leidt tot verdere verslechtering van de leefomgeving voor honderdduizenden omwonenden.
MER-plicht ten onrechte ontkend
Een van de grootste tekortkomingen zit in de milieueffectrapportage (MER). Het ministerie stelt dat geen MER‑plicht geldt omdat er geen nieuwe startbaan wordt aangelegd. Dit standpunt is onhoudbaar. Het Europese Hof heeft al in 2008 vastgesteld dat alle activiteiten die leiden tot een significante uitbreiding van luchthavenactiviteiten onder de MER‑plicht vallen.
RTHA breidt uit, past infrastructuur aan en vergroot de capaciteit. Daarmee is de MER‑plicht evident. Het ministerie presenteert de MER echter als een vrijwillige exercitie, wat volgens BTV eerder politieke framing is dan een juridisch houdbare interpretatie.
Onjuiste uitgangspunten maken MER waardeloos
De gebruikte referentiesituatie in de MER is fundamenteel onjuist. De rechtbank Gelderland oordeelde op 16 april 2026 dat RTHA zonder geldige natuurvergunning opereert. Ook het stikstofmaatwerkvoorschrift is vernietigd. De minister van LNV bevestigde dit in een Kamerbrief: de luchthaven functioneert feitelijk illegaal.
Dit betekent dat de huidige situatie juridisch niet als uitgangspunt mag dienen. De enige correcte referentie is nul: geen vluchten en geen uitstoot. Daarmee verliest de MER haar juridische waarde volledig.
Geluid: rekenen met achterhaalde modellen
Op het gebied van geluid blijft het ministerie vasthouden aan verouderde GES‑2002 blootstelling-responsrelaties. Het RIVM concludeerde in 2023 al dat deze niet meer representatief zijn. In 2024 bevestigde de rechtbank Den Haag dat deze methodiek niet langer gebruikt mag worden.
Nieuwe inzichten, zoals uit de Gezondheidsmonitor 2020, tonen aan dat het aantal ernstig gehinderden aanzienlijk hoger ligt — circa 25% meer. Toch worden deze cijfers genegeerd. Ook grote groepen bewoners buiten de 48 dB-contour worden structureel buiten beschouwing gelaten.
Schijn van beperking, feitelijke groei
Het ontwerpbesluit wekt de indruk dat de hinder wordt beperkt, maar creëert in werkelijkheid extra groeiruimte. Door het vervallen van de straffactor in de nacht ontstaat een veel grotere geluidsruimte. Deze wordt direct benut voor extra vluchten in de vroege ochtend en late avond — precies wanneer hinder het meest wordt ervaren.
Onderzoek van het Louis Bolk Instituut bevestigt dat juist piekgeluid en frequentie bepalend zijn voor hinder, niet gemiddelde waarden zoals Lden. Toch blijft het ministerie aan deze maat vasthouden.
‘Innovatieruimte’ gebaseerd op aannames
De voorgestelde innovatieruimte van 4.380 extra vluchten wordt gepresenteerd als duurzame ontwikkeling. In werkelijkheid rust deze op discutabele aannames. Nieuwe vliegtuigtypen zouden stiller en schoner zijn, maar uit emissiegegevens blijkt dat toestellen zoals de Airbus A320/321neo en Boeing 737 MAX juist meer NOx en CO₂ uitstoten dan oudere varianten.
Wetenschappelijke publicaties tonen bovendien aan dat certificeringsdata de werkelijke uitstoot onderschatten, onder andere door contrail-effecten. Deze factoren zijn niet meegenomen in de MER.
Luchtkwaliteit en gezondheid onder druk
De luchtkwaliteit rond RTHA zal verder verslechteren. Nieuwe Europese normen voor NO₂ (Richtlijn 2024/2881) dreigen te worden overschreden. Ook de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen neemt toe.
Desondanks weigert het ministerie om duidelijke grenswaarden vast te leggen. Dit staat op gespannen voet met artikel 8 van het EVRM, dat bescherming tegen luchtverontreiniging vereist via concrete en handhaafbare normen.
Natuurwetgeving niet nageleefd
Ook op het gebied van natuurbescherming schiet het besluit tekort. Er is slechts een voortoets uitgevoerd, terwijl een passende beoordeling verplicht is. Bovendien heeft de rechter al geoordeeld dat de toegepaste methode van intern salderen niet is toegestaan.
De effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn onvoldoende onderzocht. Daarmee voldoet het besluit niet aan de Habitatrichtlijn en is vaststelling juridisch niet verdedigbaar.
Economische onderbouwing wankel
De economische argumentatie achter het luchthavenbesluit is eveneens problematisch. Volgens BTV draait RTHA structureel verlies en is de exploitatie afhankelijk van mogelijk ongeoorloofde staatssteun via de gemeente Rotterdam.
Constructies met erfpacht kunnen in strijd zijn met artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Zonder deze steun zou het geschetste economische beeld niet bestaan. De luchthaven dient deze claim op te nemen in de bijlage van ‘economische onderbouwing’
Geen draagvlak in de regio
Tot slot ontbreekt elk regionaal draagvlak. De provincie Zuid-Holland heeft het participatieproces als mislukt bestempeld. Gemeenten rondom de luchthaven keren zich tegen verdere groei. Het eerder gehouden participatietraject wordt wel genoemd, maar verzwegen wordt dat deze door belangrijke partijen als mislukt is bestempeld.
Het aantal meldingen van overlast is explosief gestegen, van 17.000 naar 134.000 per jaar. Volgens de Luchtvaartnota is draagvlak een voorwaarde voor groei van regionale luchthavens. Aan die voorwaarde wordt niet voldaan.
Conclusie: besluit niet houdbaar
Volgens BTV Rotterdam is het ontwerp-luchthavenbesluit een papieren werkelijkheid. Het lijkt zorgvuldig, maar is gebaseerd op verouderde data, onjuiste aannames en juridische shortcuts. De belangen van omwonenden worden structureel onderschat.
Het besluit legitimeert groei waar de feiten juist aanleiding geven tot terughoudendheid. In de huidige vorm is het luchthavenbesluit voor RTHA dan ook niet alleen onwenselijk, maar juridisch onhoudbaar.