Dossier Luchthavenbesluit RTHA

Minister stuurt aan op vliegveld zonder natuurvergunning

De juridische houdbaarheid van het nieuwe luchthavenbesluit voor RTHA komt steeds meer ter discussie te staan.

De juridische houdbaarheid van het nieuwe luchthavenbesluit voor Rotterdam The Hague Airport (RTHA) komt steeds meer ter discussie te staan.

Doordrukken

Het kabinet wil het besluit sowieso doordrukken, terwijl essentiële milieu-informatie nog ontbreekt én terwijl de natuurvergunning nog lang niet zeker is.

Dit blijkt uit antwoorden op Kamervragen door minister Vincent Karremans (VVD).

Opmerkelijk genoeg ziet de minister geen belemmeringen. Volgens hem zijn de procedure voor het luchthavenbesluit en die voor de natuurvergunning juridisch gescheiden trajecten. Daarom zou het ontbreken van een onherroepelijke natuurvergunning niet in de weg staan aan vaststelling van het luchthavenbesluit.

Dat standpunt is onder juristen echter niet onomstreden. De rechtbank vernietigde eerder de zogeheten positieve weigering van de natuurvergunning voor Rotterdam Airport en ook het daaraan gekoppelde maatwerkvoorschrift. Tegen die uitspraak loopt inmiddels hoger beroep. Het ministerie erkent daarmee dat de luchthaven nog altijd geen onherroepelijke natuurvergunning heeft.

Economisch delict

Daarmee ontstaat de fundamentele vraag: welk praktisch nut heeft een luchthavenbesluit wanneer de exploitatie van de luchthaven mogelijk niet legaal kan plaatsvinden? Een luchthaven kan immers pas rechtmatig opereren als deze voldoet aan alle relevante wettelijke vereisten, waaronder de natuurwetgeving.

Het exploiteren van een inrichting zonder natuurvergunning kan onder de Wet op de economische delicten worden aangemerkt als economisch delict. Het luchthavenbesluit mag dan formeel een eigen juridische procedure hebben, maar zonder geldige natuurtoestemming ontbreekt uiteindelijk de basis om de vergunde activiteiten daadwerkelijk uit te voeren.

De minister benadrukt dat de natuureffecten binnen het MER zijn beoordeeld en dat voor de luchthaven inmiddels een emissieplafond van 88.800 kilogram NOx per jaar geldt voor 2026 en 2027 via de zoveelste gedoogregeling. Tegelijkertijd erkent Karremans dat op verzoek van de Commissie mer nog aanvullende informatie moet worden geleverd over de maximaal mogelijke NOx-uitstoot binnen de toegestane geluidsruimte.

Niet op orde

Dat is niet het enige sinkhole in het dossier. De Commissie mer heeft vastgesteld dat belangrijke informatie ontbreekt over het geluid van taxiënde vliegtuigen, vliegveiligheid, monitoring van milieueffecten en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Volgens de commissie is die informatie essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig te kunnen meewegen bij de besluitvorming.

Normaal gesproken mag de burger verwachten dat dergelijke tekortkomingen worden opgelost voordat een besluitvormingstraject verdergaat. Het kabinet kiest echter voor de omgekeerde route. De ontbrekende informatie wordt later toegevoegd in een aanvulling op het MER, terwijl de procedure voor het luchthavenbesluit ondertussen doorgaat.

Nog opmerkelijker is dat die aanvulling vervolgens niet opnieuw door de Commissie mer mag worden beoordeeld. De minister schrijft dat de gevraagde aanvullingen vanwege hun beperkte omvang en complexiteit niet nogmaals aan de commissie worden voorgelegd.

Gezondheidseffecten niet in kaart

Ook op het gebied van geluid blijken de fundamenten nog niet vast te liggen. Het ministerie erkent dat er een aparte studie naar taxigeluid moet worden uitgevoerd. Daarnaast zullen de berekeningen van ernstige hinder en ernstige slaapverstoring opnieuw worden gemaakt op basis van de nieuwste RIVM-inzichten uit 2026. Met andere woorden: zelfs de omvang van de gezondheidseffecten voor omwonenden is nog niet vastgesteld. De minister wekt met deze werkwijze de indruk die gezondheid van weinig belang te vinden.

Het ministerie probeert vooral de door de Raad van State gestelde deadline van 30 april 2027 te halen. In de beantwoording wordt expliciet gesteld dat de resterende procedurestappen tijdig en voortvarend moeten worden doorlopen. Na die datum is het ministerie een dwangsom schuldig die kan oplopen tot 150.000 euro.

Daarmee verschuift de discussie van milieu naar rechtsstatelijkheid. Als essentiële milieu-informatie nog ontbreekt, hinderberekeningen nog moeten worden herzien, natuurrechtelijke procedures nog lopen en de luchthaven geen onherroepelijke natuurvergunning heeft, dan rijst de vraag waarop het nieuwe luchthavenbesluit uiteindelijk rust.

Het formele argument dat beide procedures gescheiden zijn, betekent nog niet dat zij materieel van elkaar kunnen worden losgekoppeld. Een luchthavenbesluit dat niet uitvoerbaar blijkt omdat de vereiste natuurtoestemming uitblijft, dreigt uiteindelijk slechts een papieren vodje te zijn.

Bron: SchipholWatch, 21 oktober 2026

De BTV voorziet grote rechtszaken die nodig zijn om onze leden te beschermen tegen een falende overheid. Doneer daarom royaal om onze (en dus jouw) strijd te borgen! (Alle donaties zijn fiscaal aftrekbaar)