Gemeente heeft een zienswijze te schrijven over het Concept Luchthavenbesluit voor Rotterdam The Hague Airport (RTHA).
Welk standpunt wordt ingenomen nu erkend is dat het vliegveld onwettig opereert?
Op 25 april jongstleden schreven wij op onze website al over de erkenning van Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat onder andere ‘Zestienhoven’ (RTHA) illegaal opereert. In de brief aan de Kamer over deze geruchtmakende rechterlijke uitspraak staan naast deze erkenning ook de gebruikelijke geruststellende formules dat de uitspraken “nu inhoudelijk worden bestudeerd” en dat er “op een later moment” wordt teruggekomen op hoger beroep en nieuwe besluiten. Het is de bekende strategie: tijdrekken, complexiteit benadrukken, verantwoordelijkheid spreiden.
Ondertussen blijven de vliegtuigen opstijgen en dalen alsof er niets aan de hand is.
Bekende strategie
Trekken we die inmiddels bekende strategie door naar lokaal niveau, dan is te verwachten dat in de discussie in de gemeenteraad van Rotterdam opnieuw wordt teruggegrepen op bekende, maar inhoudelijk zwakke argumenten, ook al weet men dat dit in de huidige realiteit eigenlijk niet meer kan. Laten we deze argumenten eens nader beschouwen.
- Het “belang van de stad” zal worden benadrukt, echter zonder concrete onderbouwing. Ook zal worden gesproken over de “trots van Rotterdam”. Dit soort uitspraken doet eerder een beroep op emotie dan op feiten.
Zulke, op emotie gebaseerde, argumenten kunnen naar onze mening geen rol spelen bij de beoordeling van een juridische situatie waarin simpelweg niet aan de wet wordt voldaan.
- Daarnaast ligt het aannemen van een afwachtende houding voor de hand, waarbij wordt verwezen naar landelijke besluitvorming of de kwalificatie “Luchthaven van Nationale Betekenis”.
Daarmee schuiven lokale politici hun bestuurlijke verantwoordelijkheid af. Het ontbreken van een natuurvergunning is immers geen abstract nationaal vraagstuk, maar een concrete wetsovertreding die hier en nu speelt.
- Werkgelegenheid wordt ook graag gebruikt om te gedogen. Het gaat echter over maximaal 150 arbeidsplaatsen die snel elders zijn te herplaatsen. De vaak genoemde 2500 indirecte arbeidsplaatsen betreffen o.a. reisbureaus, touroperators, Transavia en douane. Een deel bevindt zich niet op het luchthaventerrein maar elders in het land.
Maar ook dit laat onverlet dat een lokale overheid dient te acteren op geconstateerde overtredingen van de wet.
- Ook zal waarschijnlijk opnieuw worden gewezen op het belang van maatschappelijke vluchten, zoals trauma- en politiehelikopters. Dat is een valide punt, maar wordt in deze context misbruikt. Voor deze vluchten is het niet nodig dat het huidige niveau van commerciële (vakantie)luchtvaart in stand blijft. Het in stand houden van vakantievluchten wordt hiermee ten onrechte gelegitimeerd.
Wél onderbouwd
Tegenover deze reflexmatige argumenten staat dat er wél serieuze, onderbouwde alternatieven op tafel liggen. Het plan Ruimbaan voor Rotterdam van de BTV laat zien hoe de beschikbare ruimte anders en toekomstbestendig kan worden ingezet, met meerwaarde voor stad en regio. Daarnaast wordt op korte termijn de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA), in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, gepresenteerd. Deze maakt een integrale afweging van de werkelijke economische, sociale en ecologische effecten. Het is van belang dat de gemeenteraad deze feiten en scenario’s actief betrekt bij zijn oordeelsvorming, in plaats van te blijven hangen in de hierboven genoemde aannames en sentimenten.
Essentie
Het is daarom van belang om deze argumenten te herkennen voor wat ze zijn: pogingen om de kern van de zaak te ontwijken. Die kern blijft ongewijzigd: zonder natuurvergunning is de exploitatie van de luchthaven in strijd met de wet
Acties
De Gemeente Rotterdam is nu aan zet. Zij hebben in dit verband twee acties te ondernemen:
- Ten eerste ligt er de zienswijze op de vergunningaanvraag (Luchthavenbesluit) van RTHA. Het conceptstuk dient drastisch aangepast te worden naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak over de natuurvergunning.
Gemeente Rotterdam heeft ten tijde van het mislukte participatietraject vanuit RTHA de nadrukkelijke stelling genomen dat groei van het aantal vluchten niet mag. Nu heeft RTHA in strijd met deze bevindingen toch weer (verkapte) groeiplannen gepresenteerd alsof het een natuurverschijnsel is.
Gemeente Rotterdam moet zich hierover duidelijk uitspreken. - Ten tweede dient de gemeente op korte termijn duidelijk te maken hoe wordt omgegaan met handhaving. Door de rechterlijke uitspraak is algemeen bekend dat er een grote vervuiler binnen de stadsring is die die illegaal opereert zonder dat er zicht is op legalisatie (op korte termijn). De Gemeente heeft recentelijk een DCMR vergunning voor diverse verbouwingen en aanpassingen goedgekeurd. In het licht van de genoemde ‘illegaliteit’ zou deze goedkeuring allicht nog eens kunnen worden herzien.
De vraag die men zich kan stellen, is wat de gevolgen zouden zijn voor andere illegale bedrijfsactiviteiten in de stad of land, wanneer dit vliegveld, dat ook gewoon onder de wetgeving valt, wordt gedoogd.