Wat werd afgedaan als ‘normale erfpacht’, blijkt volgens deze stukken regelrechte staatssteun aan Rotterdam The Hague Airport.
De dagvaarding die de Bewonersgroep tegen Vliegtuigoverlast (BTV) heeft uitgebracht tegen de Gemeente Rotterdam is een juridisch bommetje. Wat werd afgedaan als ‘normale erfpacht’, blijkt volgens deze stukken regelrechte staatssteun aan Rotterdam The Hague Airport.
Geen marktconforme prijs
De gemeente gaf gronden uit tegen prijzen die volgens BTV geen marktconforme prijs vormden, en liet daarmee tientallen miljoenen euro’s aan publieke waarde weglekken naar een luchthaven die zonder deze steun structureel verlieslatend zou zijn geweest.
De juridische kern is helder: de gemeente heeft volgens BTV gehandeld in strijd met artikel 107 VWEU, het Europese verbod op staatssteun. De dagvaarding stelt dat de luchthaven en haar vastgoeddochter RAV jarenlang profiteerden van erfpachtconstructies die een particuliere marktpartij nooit zou hebben geaccepteerd.
De economische waarde van de grond voor Landzijde I lag rond de 22,5 miljoen euro, maar de gemeente nam genoegen met een afkoopsom van 2,5 miljoen euro. Voor de Luchtzijde, waar startbanen en terminal op staan, lag de marktwaarde “minimaal een factor zes hoger” dan de betaalde 3,4 miljoen euro. Het is precies dat soort voordeel dat in Brussel als verboden staatssteun wordt gezien.
Geen toets
De gemeente heeft nooit aangetoond dat zij de erfpachtprijzen heeft vastgesteld volgens het Market Economy Operator‑beginsel, de Europese lakmoesproef die bepaalt of een overheid handelt als een rationele marktpartij. Dat is juridisch fataal, want zonder MEO‑toets is de conclusie vrijwel onvermijdelijk dat sprake is van een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen.
De gevolgen van deze bevoordeling zijn niet theoretisch. De dagvaarding toont aan dat Rotterdam Airport zonder deze steun structureel verlies zou draaien. De exploitatie van de luchthaven is alleen vol te houden omdat de gemeente de grond ver onder marktwaarde heeft weggegeven.
De stukken stellen dat “zonder de financiële steun Rotterdam Airport structureel een negatief exploitatieresultaat zou behalen”. Daarmee is de steun niet alleen onrechtmatig, maar ook mededingingsverstorend: een verlieslatende luchthaven wordt kunstmatig in leven gehouden, terwijl de overlast voor omwonenden jaar na jaar toeneemt.
Verjaring
De gemeente zal zich waarschijnlijk beroepen op verjaring, maar ook dat argument wordt in de dagvaarding overtuigend onderuitgehaald. De tienjaarstermijn uit de EU‑procedureverordening beperkt alleen de bevoegdheid van de Europese Commissie om terugvordering op te leggen.
De civiele rechter blijft bevoegd om onrechtmatigheid vast te stellen zolang de civielrechtelijke verjaring niet is verstreken. En die is dat niet: de erfpachten lopen tot 2050 en zelfs 2100, waardoor de bevoordeling elk jaar opnieuw doorwerkt. De dagvaarding stelt terecht dat “de rechtsgevolgen daarvan gedurende de looptijd blijven bestaan”. Juridisch heet dat een voortdurende onrechtmatige toestand — en die verjaart niet zolang zij voortduurt.
Daarmee komt de zwaarste conclusie in beeld: de erfpachtovereenkomsten zijn volgens BTV nietig op grond van artikel 3:40 BW. De Hoge Raad heeft in eerdere zaken bevestigd dat overeenkomsten die verboden staatssteun bevatten en niet zijn gemeld, nietig zijn. De dagvaarding verwijst naar de arresten Residex en Harlingen/Spaansen, die precies dit principe bevestigen.
Zelfs als de rechter staatssteun niet wil aannemen, blijft de gemeente kwetsbaar: de dagvaarding stelt dat de bevoordeling ook “in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid” is, een argument dat de rechter moeilijk kan negeren.
Schade voor achterban
De schade voor BTV en haar achterban is volgens de stukken evident. De luchthaven kon blijven groeien, terwijl dat zonder steun onmogelijk was geweest. De passagiersaantallen verdrievoudigden, de hinder nam aantoonbaar toe, en de luchthaven ontwikkelde zich tot een vakantieluchthaven — precies het scenario dat de minister in 2001 expliciet níet voor ogen had toen hij het terrein aanwees als zakenluchthaven. De GGD Rotterdam‑Rijnmond bevestigde dat de ervaren hinder in de regio fors is toegenomen.
De inzet van de zaak is groot. BTV vraagt de rechtbank om een verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, om terugvordering van de steun, of — als dat niet gebeurt — om het verplicht sluiten van marktconforme erfpacht. Daarnaast eist BTV maatregelen “gericht op het inkrimpen van de vliegverkeeractiviteiten van Rotterdam Airport”.
De zaak is een juridisch en politiek kantelpunt: voor het eerst wordt een gemeente rechtstreeks aangesproken op het jarenlang faciliteren van een verlieslatende luchthaven ten koste van de leefomgeving. Als de rechter meegaat in de redenering van BTV, valt het financiële fundament onder Rotterdam The Hague Airport weg.
Dan komt de vraag op tafel die al decennia wordt ontweken: kan een verlieslatende vakantieluchthaven met veel overlast en vervuiling in een dichtbevolkte regio nog wel worden gerechtvaardigd, als zij alleen kan bestaan dankzij verborgen steun en structurele schade aan de leefomgeving?
Bron: SchipholWatch, 16 mei 2026